menu menu

Het Reduit Défensif van Halfweg

Het Reduit Défensif van Halfweg

Een gordel van steen en staal was rondom de hoofdstad heen gelegd. Forten en vestingwerken, schansen en dijkbatterijen. Waarom was dat allemaal nodig rond Amsterdam?

Tijdens de omwenteling van 1795 vluchtte op 18 januari de stadhouder van Nederland, ofwel van de Verenigde Nederlanden, Willem V van Oranje-Nassau, met zijn gezin naar Engeland. De stadhouder was niet meer gewenst in de Republiek. De patriotten riepen in dat jaar de Bataafse republiek uit. De Fransen stonden toen al op de drempel van ons land. Op 27 december 1794 kwamen ze ons land binnen. De patriotten begroetten de Fransen met geestdrift en in veel steden werden vrijheidsbomen opgericht onder de leuze “Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap”. Nou de gelijkheid en broederschap hebben we geweten! Het waren de Britten, de Russen en de Pruisen die meekeken hoe het hier ging. Ze hadden niets op met de republiek. En de Fransen waren hun vijand.
En het kwam er dus van dat de Engelsen en de Russen in 1799 bij Callantsoog landden en Noord-Holland binnenvielen. Toen na de inval de rust over Noord-Holland zo goed als mogelijk was weergekeerd, beval Napoleon de raadpensionaris, Rutger Jan Schimmelpenninck, om de bestaande forten en vestingwerken te verbeteren, en waar nodig nieuwe te bouwen. Schimmelpenninck gaf hier voor de opdracht aan luitenant-kolonel Dr. Ir. Cornelis Rudolphus Theodorus Krayenhoff.

Wie was die Krayenhoff nou eigenlijk? C.R.T. Krayenhoff werd op 2 juni 1758 te Nijmegen geboren. Hij werd later beschreven als één van de grote zonen van Nederland. Al zeer vroeg had de jonge Krayenhoff interesse in militaire zaken en in het bijzonder in het wapen der Genie. Omdat zijn vader ingenieur van de Waterstaat was, zag hij graag dat zijn zoon ook ingenieur zou worden en als gehoorzaam en liefhebbend kind onderwierp Rudolph zich aan zijn vaders wens.

Al spoedig kwam het hoge woord er uit, als hij dan geen militair mocht worden, dan wenste hij doctor in de medicijnen te worden. En dat gebeurde dan ook. Maar tijdens zijn studie medicijnen studeerde hij ook af in waterbouw en vestingbouw, en zo werd hij al op jonge leeftijd ingenieur. Zijn leergierigheid was zo groot dat hij ook nog eens Logica, Latijn en Metafysica studeerde.

In 1784 rondde hij zijn studie medicijnen af en ontving hij de graad van doctor in de medicijnen. Hij werd arts in Amsterdam waar hij al geruime tijd woonde en werkte hij in een adviesraad als officier.
Terug naar de stelling. Want het gaat ons natuurlijk om de opgraving van het Reduit Défensif, de verdedigingstoren van Napoleon, die tussen de west sluis en de middensluis ligt. Hij was gebouwd in drie verdiepingen, met een bouwvrije ruimte voor honderd man, dat zal het kelderdeel wel zijn geweest. Boven op de toren stonden drie 12-ponders en twee houwitsers. De 12-ponders waren kanjers van kanonnen met een groot bereik, de houwitsers waren kanonnen die snel konden vuren en ook snel geladen konden worden.

  Het was een pracht van een toren, met de kazematten over de west sluis richting Haarlem, en de kazematten  tussen de middensluis en de oost sluis richting Amsterdam (kazematten zijn geschutswallen in open veld).

  Halfweg lag strategisch tussen Haarlem en Amsterdam, en tussen het IJ  en het Spieringermeer. Het water van het IJ en de Spieringermeer werd alleen door de drie sluizen afgesloten. Daarom was het juist hier de plek om de verdedigingstoren te bouwen en wel boven op het sluizencomplex. Deze plek gaf voor de verdediging een schootsveld van 360 graden en een overzicht over het hele gebied: het land, het water, de wegen en de trekvaart van Amsterdam naar Haarlem.

  Het kon echt niet beter. Op deze plek kun je alle revoluties en oorlogen winnen. O, ja? Wacht even, deze plek is buitengewoon strategisch, maar hij is ook buitengewoon risicovol. Als er ook maar iets verkeerd zou gaan, met bijvoorbeeld een aanval vanuit het IJ op de verdedigingstoren en het sluizencomplex zou daardoor zwaar beschadigd worden, dan zouden de deuren van de sluizen hun werk niet meer kunnen doen om het zeewater buiten te houden.

  Je moet er niet aan denken wat voor rampzalige ellende dat te weeg zou brengen. Het IJ, de Zuiderzee dus, zou vrij spel krijgen  en zou het Spieringermeer, het Haarlemmermeer en het Leidsemeer in stromen. Zo zou Amsterdam tot aan zijn stadswallen zware wateroverlast krijgen via het Oudemeer, de Nieuwemeer en de Overtoom. Het hele voorgebied met de dorpen zou onder water komen te staan, vooral bij westenwind.

  Haarlem en omstreken, de Kaag, ja zelfs Leiden zouden watersnood hebben. Landbouw, veeteelt, turfwinning, wegen, kanalen en dijken, dorpen en steden, de hele infrastructuur en al wat daar in is, zouden grote schade lijden. Het zuiden van Noord-Holland, en het noorden van Zuid-Holland zouden zwaar worden getroffen. Ik zou wel eens willen weten waarom het Hoogheemraadschap van Rijnland haar toestemming voor de bouw van de verdedigingstoren, op het sluizencomplex destijds heeft gegeven.

Beste lezers, haal maar rustig adem; het is goed afgelopen.

In 1812 werd het Reduit Défensif gebouwd en in 1815 werd het al weer afgebroken. Er werd over geschreven dat het een obstakel was, hij stond in de weg voor de oude Haarlemmerstraatweg. Ik denk dat dàt wel de allerminste reden voor de afbraak zou zijn. De reden in ieder geval was, dat de sluismuur van de west sluis en waarschijnlijk ook in de middensluis gingen scheuren omdat de toren te zwaar was voor het sluiseiland. Naar mijn mening was de plaats te risicovol.

 Voor Historisch Halfweg en voor u als geïnteresseerde is het geweldig leuk dat er nog zo veel bewaard is gebleven. Door de bouw van het station zijn de fundamenten van de toren zichtbaar geworden. Hoe deze bewaard gaan worden, weet ik nog niet, maar daarvoor worden ongetwijfeld goede plannen gemaakt. Op de bijgevoegde tekeningen en op de foto’s kunt u goed zien waar de toren lag en hoe die er uitzag. Wat ook nog duidelijk zichtbaar is van de stelling van Krayenhoff, zijn de “bosjes” aan de Spaarndammerdijk, net buiten de bebouwde kom. Het waren de dijkbatterijen aan de Spaarndammerzeedijk. De drie afuiten die er staan zijn van 1919, dat is een ander verhaal, dat komt later.

Aan de wandel, op de fiets, kijk naar de geschiedenis van ons dorp. Het is heel leuk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De plek op de sluisjes waar de fundamenten van de toren liggen.

 

Gerrit Agterhof